Woensdag, 28 maart 2007
'Bal Populaire' is de wekelijkse column van Luc van Balberghe in het weekblad Boulevard BLIDZ, alleen te koop in de krantenwinkel voor 1 euro.
Deze week:
Parochieherder is een knelpuntberoep waar de VDAB vooralsnog geen oplossing voor heeft. Pastoors mogen zich immers niet voortplanten.
Daarom zijn ze creatief en groeperen bijvoorbeeld in de ene parochie de zondagmissen op zaterdagavond en in de andere op zondagochtend.
Begrafenissen en huwelijken zijn toch op een weekdag en dan is het minder druk.
Doopplechtigheden daarentegen willen de mensen allemaal op zondagnamiddag. Kwestie van daarna met de familie nog even te kunnen feesten.
Omdat het vroege najaar - de eerste frisse nachten weetjewel - sinds mensenheugenis een vruchtbare periode is, worden er in het late voorjaar nogal wat kinderen geboren.
Die worden bijna allemaal gedoopt, gelovige ouders of niet. Anders hebben die suikerbonen ook geen zin en kan je moeilijker de functie van peter of meter verantwoorden, nietwaar.
Voor pastoors is dat een hel, en iedereen weet hoe erg de hel is voor een pastoor. Daarom heeft de clerus er iets op gevonden. Hoewel, het werd eigenlijk al 2000 jaar geleden door een zekere Johannes uitgevonden: het massadoopsel.
In de parochie wacht men tegenwoordig tot er een handvol kinderen geboren is en dan komen al die families op een zondagnamiddag samen in de kerk en heeft er een collectieve plechtigheid plaats. Iedereen tevreden en de pastoor moet maar één keertje werken.
Niet alleen priesters bundelen hun activiteiten. Ook burgemeesters en schepenen met een publieke functie doen dat soms noodgedwongen.
Hoewel bij hen de nood meestal minder gedwongen is. Neem nu een Schepen voor Burgerlijke Stand. Elk paartje heeft nu eenmaal graag een persoonlijk woordje en een beetje exclusieve aandacht. Ten slotte is het huwelijksmoment een ernstige zaak, want je beleeft het toch slechts ten hoogste een keer of twee-drie in je leven.
Nochtans denkt daar blijkbaar niet iedereen zo over. In Sint-Niklaas had namelijk vorige week een massahuwelijk plaats. Naargelang de krant die je de volgende dag in handen nam, waren er 600, 625 of 700 koppeltjes. Sommige dagbladjournalisten kunnen immers maar tot 500 tellen en hoger moeten ze blijkbaar hulp inroepen.
Ga door met lezen van "De verbrande schepen"
Dinsdag, 27 maart 2007
Deze maand in AchterhetNieuws,
onafhankelijk maandelijks magazine
over media:
Wie vermoordde De Stemmenkampioen?
Het hele verhaal achter de intimidaties van Open VLD.
Nieuwe onthullingen. Waarom zwijgt Luc Van der Kelen als vermoord?
*
Derdewereldpersagentschap IPS-Vlaanderen voedt webstek van ‘mondiaal tijdschrift’ MO*.
Hoe onafhankelijk is deze berichtgeving, want Vlaamse Overheid betaalt de journalisten?
*
Onderzoek laatstejaars Xios Hogeschool Limburg:
De media over 20 jaar.
*
NIEUWE RUBRIEK: HELPENDE HANDJES
Een maandelijkse kijk op de modernste technologische hulpmiddelen voor de hedendaagse journalist.
Deze maand: het navigatiesysteem AVIC-D3 van Pioneer
*
NIEUWE RUBRIEK: RAAD VOOR DE JOURNALISTIEK
Elke maand een overzicht van de recente uitspraken over klachten van burgers tegen media.
Deze maand o.a. weduwe Guido De Moor haalt gelijk tegen laster van Douglas De Coninck, parket Antwerpse procureur haalt bakzeil tegen De Standaard en Het Nieuwsblad, enz…
*
De man achter de manager:
Dirk Wauters bij VRT, Dirk Vanhegen bij Kanaal Z
*
Concentra reorganiseert.
Hoofdredacteur Gazet van Antwerpen wordt businessmanager en algemeen hoofdredacteur GVA/Belang van Limburg.
Een eerste stap naar ‘een kopblad’?
*
‘Fiduciaire media’ zijn media zonder ‘goudvoorraad’, maar louter op vertrouwen.
Verdienen ze dat wel?
Een klok die het foute uur aangeeft, gooien we weg. Wat doen we met media die desinformeren?
*
Voor VRT-Panorama is objectieve onderzoeksjournalistiek
hetzelfde als virtuele realiteit en sensatiezucht.
‘Kinderlokkers online’ was voer voor geile opa’s zonder informatiewaarde.
*En verder ook nog:
Geert Bourgeois, Rik De Nolf, Ivo Vandekerckhove, Philip Hilven, Dorien Aerts, Schotelantennes in Zwitserland en in Cuba, Frank Thevissen, Noël Slangen, Walter Pauli, Siegfried Bracke, Kris De Schouwer, Carl Decaluwé, Karel De Gucht, Alfacam, Euro1080, EXQI, Gabriel Fehervari, Karel De Grote-hogeschool, Marc Hooghe, Jean-Marie De Decker, Klaus Van Isacker, The Bulletin, Monique Ackroyd, John Stuyck, Piet Van Roe, Chris Cleeren, Henri Van Roost, Rudi Thomaes, Jos Bouveroux, Björn Soenens, Rony Van Gastel, Dirk Reynaers, Kris Hoflack, Hans Maertens, Pierre Van Rossem, José Masschelin, Jean Baudrillard, Boulevard BLIDZ, Kris Peeters, Gust Verwerft, Dorothée Klein, Guido Tastenhoye, ’t Scheldt, Kees Middelhof, Fons de Haas, Ruud Goossens, Maarten Michielssens, enz…
Meer info over abonnementen, losse nummers of vroegere jaargangen van AchterhetNieuws:
www.achterhetnieuws.be
Neem vandaag nog een abonnement.
Nooit zal nieuws voor u nog hetzelfde zijn.
Woensdag, 21 maart 2007
Vanaf vandaag te koop in de krantenwinkel: Boulevard BLIDZ, een nieuwe Vlaamse boulevardkrant, voor slechts 1 euro. Mét elke week een column door Luc van Balberghe.
Deze week:
OPBLAASPOPPEN
Ik sta elke ochtend voor de spiegel, zeep me in en scheer me glad. Emoties komen er niet aan te pas. Maar de spiegel der herinneringen slaagt er wel in, me ongenadig te confronteren.
Zo realiseerde ik me deze week dat het bijna 40 jaar geleden is dat ik voor een studentenblad de chansonnière Mary Porcelijn interviewde. Zij zong toen het betere levenslied, maar het enige wat men vandaag nog van haar weet, is dat ze de eerste vrouw was die je in een BRT-uitzending naakt over een strand zag lopen.
Sindsdien hebben onze wegen zich vaak gekruist. Deze week moesten we samen dezelfde richting uit en ik zat naast haar in de wagen. Dat doen we wel vaker, milieubewust en zuinig als we zijn, en dan verbeteren we de wereld zoals we dat vroeger in de bruine kroeg deden. De herinneringen kwamen boven naar aanleiding van de 80-ste verjaardag van Will Ferdy die men in de Arenbergschouwburg gevierd had.
Die interviewde ik ook toen hij nog geen 50 was…
Mary en ik hebben iets belangrijks gemeen: we koesteren het verleden, maar blijven er niet in leven.
Dus gingen we op zoek in de wereld van vandaag naar mensen die ook zo’n lange houdbaarheidsdatum hebben.
De oogst was karig.
De belangrijkste namen die we ontdekten waren van mensen, ouder dan wijzelf. Zoals Will Ferdy. Of Will Tura. Of Jan Decleir. Of Gaston Berghmans. Of Yvonne Verbeeck. Onverwoestbaar, maar toch bijna anachronismen.
In de sport is het logisch dat atleten geen leven lang meegaan. De jaren eisen daar veel sneller hun tol. Maar wie geen medailles meer haalt, heeft wel een discipline opgebouwd die ook op andere terreinen inzetbaar is. Gaston Roelants, Pol Van Himst, Eddy Merckx stààn er nog altijd.
In de politiek was dat ook zo. Waardevolle figuren zijn aan een privé-leven begonnen, waar ze tijdens hun actieve carrière zoveel van opgeofferd hebben. Zoals een Leo Tindemans of een Willy De Clercq. Ze treden nog eens uitzonderlijk op de voorgrond van hun partij, maar hebben de fakkel doorgegeven. En dat is goed zo.
Het is een beetje zielig als iemand ten koste van alles wil jong blijven. De stem van Will Ferdy is nog altijd zuiver, maar ik kan niet geloven in de goedaardige belhamel met korte broek, die door een 80-jarige uitgebeeld wordt. Even zielig is het als een oud-doelman of oud-wielrenner zijn familie moet laten opdraven in een geënsceneerde ‘reality’-soap, om nog een inkomen te verwerven. Of als een vroegere toppoliticus karamellenverzen moet schrijven om nog eens in de krant te komen.
Mary Porcelijn is tenminste consequent geweest. Toen het chansontijdperk ten einde was, koos ze gewoon een ander vak.
De vraag die we ons stelden, was echter door wie deze generatie opgevolgd wordt. Er zijn nu wel hogescholen, zelfs voor popmusici, maar er is geen Billiard Palace of Ancienne Belgique meer om nieuwe talenten te vormen en te laten groeien.
Jonge mensen hoeven ook niet meer jarenlang aan de weg te timmeren en hun koffertje te vullen met her en der gesprokkelde bagage. Vandaag is het veel eenvoudiger: ze komen op tv of ze komen niet op tv. Wie niet op tv komt, bestaat niet. Wie wel op tv komt, wordt wereldberoemd in Vlaanderen.
Dat geldt voor artiesten, voor sportlui, voor politici, voor schrijvers en kunstenaars en voor dorpsgekken.
Ook vroeger waren ‘de juiste contacten’ belangrijk. Wie toen muzikaal actief was, maakte veel meer kans bij de BRT dan wie bijv. een visuele act had. Dat kwam omdat Bob Boon er de plak zwaaide en die had zelf een koortje: de Bob Boon Singers. Was Bob Boon bijvoorbeeld keurturner geweest, dan zouden we nu in Vlaanderen veel meer circusartiesten dan zangers hebben.
Vroeger was het mogelijk om er ook zonder televisiesteun te komen. Talent, keihard werken en geduld volstonden. Artiesten zoals Will Tura of Gaston Berghmans hadden al een publiek voor ze op tv gevraagd werden. Ze moesten er zich niet aan verkopen om zo bekend te worden.
Mary en ik zochten ons suf naar namen van vandaag. Niet, degenen die ‘ook wel goed’ zijn, maar degenen waarvan je nu al kunt voorspellen dat ze over 40 jaar nog volk trekken omdat ze authentiek zijn, omdat het talent uit hun buik komt en niet met marketing en technologische hulpmiddelen opgefokt wordt.
Verder dan Barbara Dex en Koen Wauters kwamen we, zo voor het vuistje, niet. In de politieke wereld zagen we helemaal niemand die het zonder tv zou kunnen waarmaken en een leven lang meegaan. In de literatuur evenmin.
“Het zijn allemaal opblaaspoppen,” zei Mary. “Plots zijn ze daar en voor je ’t weet is de lucht er terug uit”.
“Je kunt er niet eens je ding meedoen,” dacht ik.
Maar die gedachte hield ik voor mezelf.
Zaterdag, 10 maart 2007
Ik was heel jong toen ik al begon ‘te schrijven’. Ik publiceerde ook al heel snel. Eerst in het blaadje van de KSA, later in een studentenblad, daarna in een plaatselijk weekblad en ten slotte als weekendcorrespondent van de Gazet van Mechelen, die toen nog bestond. Het moet begin van de jaren ’70 geweest zijn, dat ik er mijn beroep van maakte.
Het was de tijd toen kranten nog hun ‘vedetten’ hadden. Journalisten met naam die beschamend weinig verdienden, maar waar iedereen (niet altijd terecht) naar opkeek: De Standaard had zo justitieverslaggever Louis De Lentdecker, bij Het Laatste Nieuws waren het vooral Jos De Man (de vader van…) en Jean Vanraes die iedereen kende, Gazet Van Antwerpen had vader Staes en Eugène Winters.
De foto’s in de kranten waren veel kleiner, de titels minder opvallend. De teksten zelf waren gezet uit een ‘8-puntsletter op kleine voet’. Dit betekent dat er heel veel tekst nodig was om een (toen nog erg grote) pagina te vullen.
Daarom was het een mirakel dat er elke dag een nieuwe krant kon verschijnen.
We hadden immers niets ter beschikking.
Stel je voor: internet en e-mail bestonden nog niet, de gsm was nog niet uitgevonden, een fax evenmin, pc’s zagen we zelfs niet in science fictionfilms, van een laptop of palmtop dròòmden we zelfs niet eens, op verplaatsing gingen swe meestal met de trein of anders was het behelpen met oude kaarten en tientallen keren de weg vragen want van een gps was nog lang geen sprake. Voor dubbele kopij gebruikten we doorslagpapier, want fotokopies konden we evenmin maken. Elektronisch invormen was toekomstmuziek, de lay-out van de krant werd ‘op de steen’ gemaakt.
Als we aan de andere kant van het land een actualiteitsreportage maakten, schreven we met de hand onze tekst op een tafeltje van het dorpscafé, zochten dan een telefoon met muntjes en dicteerden ons verslag aan een telefoniste op de redactie. In een stad konden we de handgeschreven tekst ook afgeven op de RTT. Dat was de ‘Regie voor Telefonie en Telegrafie’. Daar zat een man achter een balie die het aantal letters van onze tekst telde en daarop de prijs berekende om hem met een telex naar de redactie te sturen. Dat betekende, dat hij de tekst helemaal moest overtypen op een ponsband, verbinding moest leggen met de telexmachine (wie van de jongere generatie kent dat nog?) op de redactie en doorsturen. Op de redactie werd de binnengelopen tekst dan van een rol gescheurd, er werden met de hand hoofdletters bijgeplaatst en in de zetterij moest de linotypist dat bericht dan nog eens overtypen en er loden tekstlijnen van gieten.
We hadden, nog geen 40 jaar geleden, echt niks aan technische hulpmiddelen.
Maar we hadden… ethiek!
Zo was er een ongeschreven afspraak onder journalisten dat we respect zouden hebben voor eenieders privacy.
Zelden noemden we daders of slachtoffers met naam. Waren ze nog erg jong, dan lieten we zelfs de initialen, de leeftijd en de woonplaats weg. Een zelfmoord werd, uit respect voor de familie, sowieso nooit vermeld. Alleen een heel spectaculaire zelfdoding zoals een verliefd koppeltje dat gearmd van de Eiffeltoren springt, stond anoniem in een hoekje van de binnenpagina.
De tijden zijn veranderd: we communiceren nu moeiteloos via gsm, een fax gebruiken we al niet eens meer want we sturen alles via e-mail, lay-outen van de pagina’s gebeurt terwijl we het artikel schrijven, de gps brengt ons onbewust waar we moeten zijn terwijl we ondertussen aan andere dingen kunnen denken, de vedette-journalist is een propagandist voor deze of gene politieke strekking geworden, de telex staat in het museum van de krant naast de ‘belino’ en de ‘koppenkar’.
We hebben nu zoveel meer dan vroeger.
Alleen de ethiek zijn we kwijtgespeeld.
Gisteren schreef de zelfverklaarde kwaliteitskrant De Standaard en zusterblad Het Nieuwsblad over het overlijden van een parlementariër dat hij ‘waarschijnlijk zelfmoord gepleegd heeft’.
In mijn begintijd werd je op staande voet ontslagen ( ‘je kon direct langs de kassa passeren’ noemde men het) als je in een factueel stuk het woord ‘waarschijnlijk’ durfde te gebruiken! Wat voor een degoutante, rotjournalistiek is dat eigenlijk? Van De Morgen kan je dat verwachten, maar dan nog in De Standaard?! Wat is bovendien de informatieve meerwaarde van een mogelijke zelfdoding, als het waar zou zijn?
Gazet van Antwerpen meldde het overlijden, weggemoffeld op pagina 43. Er hadden zelfs twee redacteurs gewroet op het stukje van 10 lijnen en die 'vergaten' dan nog in het curriculum van de overledene te vermelden dat hij jarenlang journalist op… de eigen redactie is geweest.
Zouden ze zich ook schamen om bij het overlijden van Leo Tindemans, de man die België de Europese leugen trachtte wijs te maken, te vermelden dat die eveneens zijn carrière begon als journalist van hun krant?
Of schamen ze zich misschien voor hun krant tout court?
UPDATE
Het satirische blad 't Scheldt kon de hand leggen op een interne nota van hoofdredacteur Luk Rademakers van Gazet van Antwerpen. Daarin stond het volgende:
"Collega's,
Gisteren en vandaag werden vragen gesteld bij de manier waarop ik wenste dat het overlijden van GT in de krant werd gemeld. Op zijn zachtst uitgedrukt is GT de jongste jaren geen reclame geweest voor het merk waarvoor hij voordien heeft gewerkt.
Los hiervan berokkent een politiek journalist, die voor een partij kiest, ongeacht dewelke, onnoemelijk veel schade aan de integriteit van zijn gewezen collega's politieke journalisten maar ook aan de voltallige redactie.
Journalisten die voor de politiek kiezen, kiezen voor een ander leven, een andere identiteit en wij kunnen niet toelaten dat ze ons in hun biografie meesleuren.
Journalisten zijn onafhankelijk, kritisch en objectief.
Wie die drie kernwaarden niet meer wenst in te vullen hoeven we als kwalitatief medium niet meer aan de borst te drukken. Nu niet en in de toekomst niet."
Hoofdredacteur Bert Murrath van 't Scheldt voegt er zijn commentaar aan toe:
"Degoutant en crapuleus zijn de gepaste woorden bij dergelijk onmenselijk schrijven. Er is echter troost. In de biografie van hoofdredacteur Luk Rademakers zal als enige prestatie kunnen vermeld worden dat hij de ziel van de krant verkocht aan een partij en dat onder zijn beleid de krant constant lezers verloor. De journalisten
Dirk Sterckx (ex-VRT-journalist en nu open VLD),
Marc Demesmaeker (ex-VTM-journalist en nu N-VA),
Ivo Belet (ex-VRT, nu CD&V)
Tuur van Wallendael (ex-VRT, nu SP.a)
Marc Platel (ex-Het Belang van Limburg, studiedienst Volksunie)
weten nu hoe over hen geschreven kan worden als de pen gehanteerd wordt door een gewetenloze en verbasterde journalistieke nietsnut."
Het rijtje is nog veel langer: recent nog Kathy Lindekens(VRT, Sp-a), voordien Frans Grootjans (De Nieuwe Gazet, PVV), Leo Tindemans (Gazet van Antwerpen -!!-, CD&V), Paul Beliën (ex-Gazet van Antwerpen, nu studiedienst Vlaams Belang), enz...
Luk Rademakers stelt dus duidelijk het uiterlijke prestige (?) van zijn krant boven het waarheidsgehalte van de informatie die ze brengt. De kernwaarden 'onafhankelijk, kritisch en objectief' heeft hij bij Gazet van Antwerpen eens en voorgoed verkwanseld. Niet door een politiek mandaat op te nemen, maar door waterdrager te spelen voor politici en allerlei broederschappen.
Waarvan akte.
Vrijdag, 9 maart 2007
Vorige maandag kregen de lezers van de zelfverklaarde kwaliteitskrant De Standaard naast hun krant ook nog een exemplaar van de Koran. De krant wijdde namelijk een extra katern aan de islam.
Het weekblad Knack, van een andere uitgeverij dan De Standaard, wijdt er ook een extra-editie aan.
Volgens prof. Matthias Storme, die ik bijzonder waardeer voor zijn doorzicht en gedocumenteerdheid, slaan de artikels in beide bladen over het ontstaan van de islam op niets. Hij betitelt zijn artikel trouwens 'De fabeltjeskrant van Marc Reynebau en Misjoe Verleyen'. Dit artikel is, alleen al omwille van zijn historische achtergrond én de gevarieerde bronvermelding, meer dan het lezen waard.
Hij besluit:
"Het gaat mij niet om de vraag of deze wetenschappers gelijk hebben; zij zijn het ook onderling niet eens (volgens sommigen hebben Muhammad en de vier eerste kaliefen werkelijk bestaan, volgens anderen niet; voor sommigen is er inderdaad vanuit Medina een verovering geweest van Syrië en Perzië, volgens anderen niet en ging het om een interne machtsovername; volgens sommigen waren de Umayyadenkaliefen in Damascus in de tweede helft van de zevende eeuw nC christenen, volgens anderen had de islâm zich dan reeds volledig tegen het christendom afgezet). De vraag is wél waarom de Standaard en Knack ons dit alles verzwijgen en van hun islâm-bijlagen dus een fabeltjeskrant maken. Zou het werkelijk enkel domheid zijn ? Of is het de schrik van de dhimmi om ook maar iets te zeggen, hoe wetenschappelijk ook, dat het zelfbeeld van de islâm over zijn historische grondslagen zou kunnen verstoren?"
En hier vergist prof. Storme zich.
Dé enige echte vraag, de vraag der vragen die over deze artikelenreeks moet gesteld worden, is waarom ze verschijnt. Waarom ze gelijktijdig verschijnt in deze twee bladen.
Is er een afspraak tussen de Standaard en Knack? Werken ze in opdracht? Zijn deze bijlage vulgaire advertorials met een ideologische in plaats van een commerciële boodschap? Worden ze gesubsidieerd om te indoctrineren, want met deze artikelenreeks verkopen ze geen exemplaar meer dan anders en stoten ze hun weldenkende lezers zelfs tegen de borst.
Hebben beide bladen toch de nobele bedoeling om de bange, blanke man beter te informeren over wat door de overgrote meerderheid van de denkende Vlamingen als een gevaar wordt aanzien?
Dan volgt nu de hamvraag: wanneer brengen ze een extra editie uit in het Arabisch, met daarbij een gratis exemplaar van de Bijbel en het Burgerlijk Wetboek om de opdringerige bruine man aan het verstand te brengen welke normen en waarden en wetten er heersen in het land dat hem ontvangt, omarmt, voedt en pampert?
|