Circus was mijn passionele minnares, toneel mijn stille trouwe liefde. Als circusartiest trad ik vroeger in mijn vrije tijd actief op, toneel beleefde ik vooral als toeschouwer.
Rond de jaren ’70 van vorige eeuw was het ook een van de eerste opdrachten waarmee ik schoorvoetend de journalistiek betrad.
Mechelen telde toen zo’n 20 amateurgezelschappen en het dagblad
Gazet van Mechelen, dat toen nog bestond en plaatselijk de toon aangaf, besteedde daar ruimschoots aandacht aan. Heel wat kringen en latere beroepsacteurs die soms gevierde tv-vedetten werden, hadden hun succes te danken aan redacteur
Piet Langenus die consequent dit (soms erg afgunstige) wereldje volgde en er streng, maar opbouwend over berichtte.
Echter, maandenlang elke zaterdag- en zondagavond, jaar-in jaar-uit, naar het theater gaan, is voor een stadsredacteur familiaal erg belastend. Toneelverslaggeving behoorde niet bij zijn opdracht, hij koos er zelf voor en wilde die honderden toneelliefhebbers een hart onder de riem steken. Maar het werd zwaar.
Op het einde van de jaren ’60 zocht hij daarom een vervanger. Het werd
Danny Riesterer, toen plaatselijk al een ‘betere’ acteur die nu nog bekendheid geniet van talrijke tv-rollen. Danny deed het enkele jaren en gaf er toen ook de brui aan.
Als jonge leeuw wilde ik journalist worden. Eigenlijk was ik de ontdekking van Piet Langenus, waar ik overigens erg veel van geleerd heb.
Ik was dus al toneelrecensent, nog voor ik 20 was. Vandaag zou ik het niet meer durven… Kort voordien had ik gelukkig nog les gekregen in Dramaturgie van de ondertussen internationaal beroemd geworden regisseur
Franz Marijnen. De toneelwereld was me dus niet helemaal vreemd.
Piet Langenus drukte me op het hart dat ik als journalist onaantastbaar moest zijn en mijn onafhankelijkheid nooit mocht opgeven. Het zou daarom goed zijn dat ik zelf geen toneel zou spelen en niet beginnen regisseren, zeker niet in de kringen die ik dat seizoen moest beoordelen.
Ik leerde snel en hield me aan die wijze les. Maar het medium boeide me te erg, om er helemaal niets mee te doen. Dus begon ik toneel te schrijven: een stuk of 6, misschien 8 toneelspelen op enkele jaren tijd. Daarvan zijn er in de loop van bijna 40 jaar en enkele verhuizingen de meeste verloren gegaan. Gelukkig, misschien?!...
Vorig jaar vond ik nog drie oude brochures terug. De microbe stak weer de kop op. Ik begon aan een nieuw stuk. Het voorbije voorjaar was het helemaal klaar. Ik stuurde een mail naar 200 regisseurs in Vlaanderen en Nederland. Meteen kreeg ik meer dan 25 aanvragen voor een proeflezing. Sommigen reageerden erg enthousiast. Ik voelde me bijna verlegen worden toen ik de mail las van een regisseur uit Ardooie. Lees even mee:
“Geachte heer,
Hartelijk dank voor het toesturen van de brochure Tryskyl. Ik heb deze met genoegen gelezen. Ik zal kort zijn: ik vind het steengoed, punt!
Ik wilde eerst proberen om ‘commentaar’ over Tryskyl neer te schrijven maar heb gemerkt dat iedere parafrasering afbreuk doet aan de inhoud en ingenieuze opbouw van het stuk. Dus maar niet. Of toch... heel even een algemene indruk na een eerste lezing: ik zie een boeiend contrast tussen de kleine en zeer herkenbare materialistische dingen waar we met zijn allen mee bezig zijn en ‘hogere’ waarden zoals respect, zelfrespect, begrip, mededogen - zelfs voor de meer duistere kanten van het mens-zijn - ...
De vorm is meesterlijk: de schijn en de onthullingen houden de lezer/het publiek geboeid. Van absolute herkenbaarheid naar absolute vervreemding, maar uiteindelijk verdient iedereen respect en mededogen. De inhoud is uiteindelijk filosofisch en de boodschap positief. Ik doe mijn hoed af!
Gefeliciteerd!
Uit mijn enthousiasme heeft u wellicht al afgeleid dat ik van plan ben om dit stuk voor te stellen aan de vereniging die mij als regisseur heeft aangesproken voor een productie in april 2008.
Hoogachtend,
Vriendelijke groeten,
Krist Windels”
We zijn thans enkele weken verder en vier theatergezelschappen uit Vlaanderen en één in Nederland willen het stuk dit of volgend jaar spelen. De spits wordt afgebeten door
Theater Siloewet uit Schoten dat de creatie brengt.
Ik ben echt benieuwd. Ik zal zeker, liefst nog anoniem, een voorstelling bijwonen, maar ik heb regisseur
Robert De Clerck al laten weten dat hij me niet tijdens een repetitie zal zien opduiken, hoe groot mijn nieuwsgierigheid ook mag zijn.
In mijn opvatting is er een verschil tussen een toneelstuk en een toneelspel. Het
‘stuk’ wordt geschreven door de auteur. Die reikt een kader en personages en karakters en een plot aan waar de regisseur dan een
‘spel’ van maakt naar zijn eigen interpretatie en vakbekwaamheid. Daarom schrijf ik in mijn toneelteksten ook zo weinig mogelijk regieaanwijzigingen.
Ik wil vooral niet zoals een schoonmoeder over de schouders van de regisseur meekijken tijdens het groeiproces. Integendeel, ik wil me liever laten verrassen als gewone toeschouwer.
Hoe mooi zou het toch zijn om als auteur na de opvoering te kunnen zeggen: ‘Ik zat op het puntje van mijn stoel geboeid te kijken om te weten hoe mijn eigen stuk zou eindigen! Ik had een vaag gevoel dat ik de inhoud ergens van kende, maar dit toneelspel was totaal nieuw voor mij!’
Voor meer info over mijn stukken: klik op de titels
-
60 dagen later... (2008) eenakter 40 minuten
-
Wolfsmelk (2008), avondvullend
-
Virus (2008), avondvullend
-
Tryskyl (2007), avondvullend
-
O jij, zwerver (1968), avondvullend
-
De goochelaar (1969), eenakter 60 minuten
-
De Bank (1967), eenakter 30 minuten